Geschiedenis

De Birgitte is ondertussen al ruim 55 jaar oud en heeft dus al heel wat meegemaakt. Hieronder een korte greep uit de geschiedenis.

Laten we beginnen bij de bouw. De Birgitte is gebouwd op de Andersen werf te Vildsund, Denemarken. Op 24 juli 1957 was de romp klaar en werd ze te water gelaten.

1 2

Na het afbouwen deed de Birgitte dienst al viskotter van 1957 tot 1980 onder de naam “Birgitte Bruun”.

4 3

Nu de vraag waarom heette Birgitte Bruun? De Birgitte is in 1957 gebouwd in opdracht van de visser Aage Bruun Nielsen. Dit verklaart de naam Bruun. Maar waarom Birgitte? Ja dan komen de vrouwen in het spel, zoals bij de meeste schepen. De beste heer Aage Bruun Nielsen heeft een dochter genaamd Birgitte Bruun. Tijdens de bouw was dit nog een klein meisje van drie jaar, hieronder afgebeeld. Ze schijnt meerdere malen bij de bouw aanwezig geweest te zijn en ook in het latere leven van de Birgitte liet ze het schip niet los en kwam ze nog vaker aanboord.

5 6

In 1981 na 23 jaar dienst gedaan te hebben als visserschip werd de Birgitte Bruun verkocht. Tussen 1981 en 1983 werd ze omgebouwd tot charterschip/ plezier zeilschip. Bij deze verbouwing verloor ze het stukje Bruun en werd ze omgedoopt tot enkel Birgitte.

Vanaf 1983 maakte ze vele tochten in de omgeving van Lübeck. Hieronder een kleine impressie van de inmiddels zwart geschilderde Birgitte.

7

Zo`n zes jaar geleden kocht de vorige eigenaar de Birgitte in Lübeck en voer haar naar Hellevoetsluis. Helaas zonk ze hier met oud en nieuw in 2013 door zeer waarschijnlijk achterstallig onderhoud. Voor ons de kans om ons droomschip te kopen. En ja de rest wordt geschiedenis…

Een van de oude eigenaren heeft voor ons een geschiedenis verhaal van de Birgitte geschreven. Deze willen we jullie niet onthouden (vertaald uit het Duits).

Verhalen uit de vier levens van de ‘Birgitte’

Als viskotter (Sejlskip med hjaelpemotor)in Esbjerg, Denemarken van 1957-1980
Als Galjas (traditionele schoener)in Lübeck, Duitsland van 1981 tot 2008
Als Galjas voor privétochten in Hellevoetsluis, Nederland van 2008 tot 2013
Als zeewaardig zeil-woonboot voor privé-gebruik in Middelharnis, Nederland.
Verteld door Reiner Mertens
Laten we beginnen met de ‘Birgitte’ als Galjas van 1981 tot 2008:
Van 1981 tot 2008 (26 jaar) waren wij de eigenaren van de mooie, robuuste en zeewaardige galjas de ‘Birgitte’. We kijken ernaar uit om een bijdrage te leveren aan het succes van het ‘Droomschip Birgitte’. Voor ons was de Birgitte namelijk een droomschip dat we met grote inzet en enthousiasme onderhouden en gevaren hebben. Birgitte’s thuishaven was de prachtige en historische Hanzestad Lübeck. De straat ‘an der Untertrave’was onze ligplaats, in het gezelschap van andere traditionele galjassen. Er bestaat waarschijnlijk geen Lübeckse stadsgids waarin ‘an der Untertrave’, met haar prachtige oude huizen en de historische zeilschepen, geen bijzondere plaats inneemt.
We willen onszelf als voormalige eigenaren en zeilgemeenschap voorstellen:

Roman Warkocz, Pogeez aan het Ratzeburger meer

Reiner Mertens, uit Erkrath-Hochdahl bij Düsseldorf

Hans Wilhelm Berns, uit Erkrath-Hochdahl

Peter Stein, uit Keulen

Roman kocht het schip de ‘Birgitte Bruun’als uit de vaart genomen visserskotter (Sejlskip met hjaelpemotor) van een Hamburgse scheepshandelaar, die haar kort voor de doorverkoop bezat. Langzamerhand traden we toe tot de zeilgemeenschap ‘Birgitte’. Het schip werd in de scheepswerf Hattecke in Freiburg aan de Elbe van 1981 tot 1983 zelfstandig tot een zeilschip omgebouwd. Twee jaar lang – weekend na weekend – reden we met nieuw materiaal naar de werf. We leefden allemaal in het Rijnland, zodat het lange reizen boven op het werk te behappen was. Niemand wist of het volgens oude schetsen zelf-ontworpen tuigage en schip  ook aan onze wensen voldeed. Het is hedentendage nog steeds gesprekstof voor ons.

Het doel van de betrokkenheid was het behoud van de Galjas en het verzorgen van en de verspreiding van de maritieme materiële en immateriële waarden en tradities. Dit omvatte het gebruik – zo goed als mogelijk – van natuurlijke materialen en het vermijden van het gebruik van moderne kunststoffen. De voormalige vislading werd zelfstandig naar salon, kombuis, twee hutten en een toilet omgebouwd. De oude bestaande één-cilinder dieselmotor was totaal niet geschikt voor onze doeleinden, waardoor we de Perkins Scheepsdiesel inbouwde. Deze heeft ons nooit in de steek gelaten, startte altijd trouw en liep als een zonnetje. Birgitte kreeg in Lübeck een nieuwe thuishaven en de naam werd van ‘Birgitte Bruun’ naar ‘Birgitte’verkort. We hadden nu 10 vaste kooien, waarvan vier in de voormalige kapiteins-kajuit met schuifdeuren. Deze waren zeer populair, omdat je altijd comfortabel lag en afhankelijk van de helling ofwel in de kooi, bijna aan de muur of bijna aan de deur lag. Al snel stelden we vast dat met alleen goede bedoelingen de exploitatie van het schip duur werd en we besloten ons in te zetten voor ‘Paying Guests’, die we in heel Duitsland, oost en west vonden, en die ons vele jaren tot aan vandaag trouw bleven.

1983 en de daarop volgende jaren

Na de eerste maidentrip in de Deense Zuidzee in juli 1983, volgden gedurende vele jaren vele tochten naar Fehmarn, Rödby, Fünen, Ärö, Langeland, Lolland, Falster, Nysted, Gedser, Mön, de prachtige eilanden in het Smålandse vaarwater, Fünen-Zeeland, Odense, Rönne, Bornholm, Christiansö in Denemarken, Ystad, Karlshamn, Karlskrona in Zweden, Sczeczin, Swinoujscie, Kolobrzeg, Stolpmünde, Wladyslawowo, Hel en Gdansk in Polen, maar vooral herhaaldelijk het goed bereikbare Denemarken, met al zijn eilanden, baaien en Sunden.

In 1984, werden we lid van de STAG (Sail Training Association), waardoor we aan zeereizen en zeilwedstrijden deelnamen, zoals bijvoorbeeld de Cutty Sark Tall Ships Races. De STA, van oorsprong een Engelse vereniging uit Portsmout, bestaat bijvoorbeeld ook in Nederland onder de naam STANL. Ons zeilteken luidde TS-G-348 (TS voor trainingsschip). Tegenwoordig heet vereniging ‘Sail Training International’(STI). Later zijn we ook nog lid geworden van ‘HanseSail’ voor het Oostzee-gebied.

In 1986 voeren we eerst een STA-reis uit in de Noordzee. Via het Noord-Oostzee kanaal en Helgoland voeren we noordwaarts naar Larvik in het Skagerrak in Noorwegen. Vlak na Helgoland kregen we te kampen met een zeer sterke nachtelijke onweersbui, maar naarmate we noordelijker voeren lostte deze langzaam op. Met stralende zon, met flinke zeegang van achter, lange deiningen en hoge golven die ons van achteren inhaalden dwongen ons nauwlettend het schip op koers te houden. We hadden ook een zeer stabiele, zware houten sloep op een lang lijn op sleeptouw, gelukkig verzekerd met een tweede lijn. Deze gesleepte zware boot haalde ons herhaaldelijk in, surfte op een golf naast ons en elke keer als de sleeplijn weer op spanning kwam vloog het water uit de boot. Voor het hozen moesten we de welwellige dochter van Hans-Wilhelm, Heike, met een lifebelt in de boot helpen.

Als ik me goed herinner hebben we in de eerste 10 jaar alleen met compas en papier genavigeerd. GPS bestond toen nog niet of we hadden het nog niet. Onze eerste grote reis met de GPS navigatie was volgens mijn herinnering onze reis naar de World Expo in Lissabon in 1998, als onderdeel van de Vasco da Gama Regatta. We werkten echter altijd met actuele  zeekaarten en hebben deze zeer zorgvuldig gecorrigeerd en ‘up to date’ gehouden.
Larvik was onze nachtelijke aanmeringsplaats met alle mogelijke lichtsignalen (leidingsvuur, kruisvuur, richtvuren in de voorgelegen archipel, havenvuren en de lichten van de stad). In Larvik hadden we eerst ontmoetingen met de Russische Kadetten van Kruzenshtern (ex Padua), die werden opgeleid tot visserkapiteins. Met heerlijke drank benedendeks, uit het zicht van de Russische officieren die hun team weer bij elkaar moesten zoeken, brachten we een vrolijke tijd door.

Er was ook een regatta van Larvik naar Kristiansand en een andere verder naar Göteborg in Zweden. In de eerste race ontdekten we dat er rook uit de uitlaat, die in de masttop zat, van de Krusenstern opsteeg, wat natuurlijk op een zeilregatta ongewoon is en op ‘motor-zeilen’ duidt. Onze kadetten-vrienden legden uit dat de Krusenstern een vaste schroef had,  die men voor het vermijden van een sportief nadeel tijdens regattas altijd mee liet draaien. Dieselwind dus, maargoed wat maakt het uit!

Op deze laatste race naar Göteborg leerden we dat het zorgvuldig bijgehouden logboek niet altijd klopte. We voeren op de Zweedse kust af en oriënteerden ons op de vermoedelijke vorm van het lichtbaken. We hadden er echter een slecht gevoel bij en vroegen een Zweedse kustwachtboot naar onze positie. De informatie die van hen kwam leek ons ​​zo ongeloofwaardig totdat we moesten vaststellen dat we blijkbaar in de stormachtige nacht in het Kattegat door de storm en wind bijna 20 mijl verplaatst waren. De rit naar huis via de Grote Belt tot de baai van Lübeck verliep zonder problemen.

1989 Brandaris Race van Terschelling naar Londen.

Engeland vierde dat jaar de 800ste verjaardag van de City of London en Hamburg vierde 800 jaar Haven van Hamburg. De start in West-Terschelling was een beetje moeilijk, omdat bij de uitloop-parade ook verschillende grote schepen uit koers raakten en vast kwamen te zitten. Waaronder dus ook onze Birgitte, die in vol vertrouwen achter de vooruitvarenden aanvoer. We konden gelukkig vrij gemakkelijk worden weggesleept. Er was geen schade ontstaan.

De nachtelijke binnenvaart in de Thames was moeilijk. Er zijn daar veel lichten, vele wrakken, zandbanken en ondiepten. ’s Nachts hadden we minstens drie personen nodig: één aan het roer, één bij de kaart en één op de uitkijk. We voeren door de Thames barrage (Thames Flood Barrier) en de nul-meridiaan bij Greenwich. We kregen een ligplaats toegewezen direct aan de voorkant van Traitor’s Gate bij de Tower of London, bijna onder de Tower Bridge. Het transport naar land verliep via kleine Homeguard boten met zeer vriendelijke en geïnteresseerde oude dames als Liaison Officers. De Captains briefing werd in de verheven ruimten van de Baltic Exchange gehouden. Bij de mars daarheen, die begeleid werd door een band, regende het pijpenstelen en een man leende me een paraplu. Later bij de Assembly in de Baltic Exchange werd het duidelijk dat dit de Lord Mayor (burgemeester) van Londen was. Ik heb hem de paraplu met veel dank teruggeven en hem niet als souvenir behouden. De volgende grote show was het – met veel lawaai – voorbij varen van de overleden Prinses Ann in hun motorjacht met Royal Ensign. Roman had op zijn verroeste trompet met oorverdovend lawaai een jachtsignaal naar onze grote Gaudi geblazen, waar zij ongetwijfeld veel van genoten heeft.
De terugreis begon als een Regatta vanaf het lichtschip ‘Shipwash’, ten noordoosten van de Thamesmonding. De start deed alle harten sneller kloppen ondanks de complete windstilte. De in verschillende klasse startende schepen voeren in de windstilte om elkaar heen, zoals niet eerder vertoont. Het meest aantrekkelijke schip in de haven was de statige, Italiaanse ‘Amerigo Vespucci’in shipshape, die de show van alle anderen – de Russen, Polen, Bulgaren, Oekraïners, Mexicanen, Argentijnen, Amerikanen, Omani, Duitsers en vele andere landen – stal.

1990-1993 en volgende jaren

We ondernamen onze eerste reis kort na het einde van de DDR naar Wismar, Stralsund en Sassnitz op Rügen. Vele reizen in dit gebied, dat vanaf Lübeck goed toegankelijk was met de meestal westenwind die er in dit gebied waait, zouden volgen. Wat een prachtig zeilgebied werd ons voor 45 jaar onthouden door de politieke problemen en de verdeling van Duitsland in Oost en West. We willen sowieso zeggen dat de Oostzee met de negen omliggende landen, verschillende talen en een zeer gevariëreerde kust, historische steden, gebouwen en geschiedenis, voor ons het meest opwindende en mooie zeegebied is.

1996

In 1996 vond er een regatta van Rostock naar St. Petersburg in Rusland plaats waaraan we graag deelnamen. Roman en Peter spreken Pools en een beetje Russisch, zodat er niets in de weg stond van gesprekken met zeilers van andere nationaliteiten. De start in Rostock-Warnemünde werd vanwege het slechte weer een dag uitgesteld. Er was voor de uitvaart een hoge zee ontstaan. De volgende dag begon de wedstrijd dan toch en het weer van totale windstilte en zonneschijn zou zorgen dat we een paar dagen later bij de ingang van de Golf van Finland arriveerden. Onze nieuwe breefok deed het tot dan toe geweldig met wind van achteren. In de windstilte lagen we vlakbij een Russische jacht, die ‘Ocean’ zou moeten heten. Het jacht was van de Naval Academy uit Sint Petersburg en we gaven de boot deze naam vanwege de Cyrillische letters ‘Okeach’ die op de boot stonden. Van buitenaf leek het schip door piraten te worden gevaren. Ze benaderden ons en vroegen of we met hen de 18de verjaardag van één van de stagiairs wilden vieren. Hier gingen wij graag op in en voordat de eerste mensen bij ons aan boord waren stonden er al enkele flessen wodka op onze reling. Zoals later bleek, waren het niet de  verwachte piraten, maar zeer gerespecteerde docenten van de Naval Academy, een onderzeeboot-kapitein, dokteren, enz. De schipper was een officier van het zeiltrainingschip MIR, en hij was waarschijnlijk de enige die aan boord van zijn schip gebleven was en ons daar de Russische manier om vodka te drinken – met een hap uit een citroen – bijbracht. Daarnaast voedden ze zich met haring in tomatensaus. Helaas had de Okeach veel problemen; de zeilen waren oud, de motor had problemen en de radioapparatuur ook. Wij rapporteerden hun positie-meldingen aan het wedstrijdcomité, waarvoor zij erg dankbaar waren. Het waren zeer aardige mensen, die via hun kantoor in St. Petersburg, ons een uitstekende ankerplaats direkt voor de eerste Neva River Bridge, de ‘Lieutenant Schmidt Bridge’, verschaften. We konden douchen in de Naval Academy en kregen door deze connecties veel voordelen. We hebben nog enkele tijd met hen gecorrespondeerd.

De hele reis zat vol met prachtige ervaringen. Zo kwamen de Russen met duizenden, bezochten onze schepen en lieten een scheepsstempel achter op hun armen, gezicht, buik, tijdschriften of boeken. Ze zeiden nog nooit zo’n mooi feest met zoveel schepen te hebben meegemaakt. Onze afsluit-parade aan de voorkant van het Winterpaleis met open Neva-bruggen was een internationaal feest met ongeveer één miljoen zwaaiende mensen. De terugreis voer via Finland (Kotka, en door de zandplaten naar Helsinki en Turku) en Zweden naar huis.

1997, 1999, 2000, 2001, 2002, 2005, 2006

In deze jaren vertoefden we vanwege de Hjorten Race vooral op de centrale Oostzee, met verschillende aankomst en vertrek havens van Karlskrona in Zweden naar Rostock. Andere havens (naast Karlskrona en Rostock) die werden bezocht waren Gdansk, Gdynia, Kolobrzeg, Stolpmünde, Wladysdowowo, Szczecin, Ronne, Bornholm, Christiansoe, Klaipeda, Greifswald, KühlingsBorn, Sassnitz op Rügen en Vitte auf Hiddensee.

1998: De ‘Tall Ships Race’ van Falmouth (in de buurt van Land’s End in Cornwall, Engeland) naar Lissabon voor de wereldtentoonstelling van de Vasco da Gama reizen. Het varen naar de regattastart was een catastrofe. Vanaf Helgoland hadden we alleen maar tegenwind, waardoor we met motor moesten varen om op tijd in Falmouth aan te komen (de starttijd van de Regatta stond natuurlijk vast). We ontvingen ongeveer 50 mijl voor IJmuiden een stormwaarschuwing, die ons dwong naar IJmuiden te vluchten. In IJmuiden zaten we drie dagen vast. Op de eerste dag konden we het schip niet verlaten, omdat we niet dicht genoeg bij de pier konden komen. In het verloop van de reis werd de brandstof schaars door het intensieve gebruik van de motor en moesten we bij Weymouth (GB) aan land om daar te tanken. Onze Birgitte stampte stevig door de tegenwind heen naar Falmouth. Eenmaal in Falmouth aangekomen was de tank weer leeg. We moesten weer tanken en misten hierdoor bijna de start van de race. De start was een bijzondere gebeurtenis met honderden kleinere en grotere schepen, waaronder de QE2, die met geluidssignalen en muziek afscheid van ons nam.

Het waterverbruik en de capaciteit van de batterij zonder opladen door de motor waren een probleem tijdens deze lange race. We zijn er echter dankzij de hulp van andere schepen die als zendstation fungeerden altijd in geslaagd om onze positie elke ochtend en avond om zes uur aan de Regattaleiding door te even, ondanks dat we voor de communicatie alleen een marifoon in bezit hadden. Ook een schip van de Duitse marine en een kruisvaarder waren ons hierbij behulpzaam. We voeren met ongeveer 20 mijl voor de wind en aan het einde van het Kanaal zijn we door de storm ongetwijfeld nogmaals van onze koers afgeweken; Ongebruikelijk voor ons als Baltische matrozen.

We namen ons voor om de directe lijn Falmouth – Cap Finisterre in Spanje af te varen en waren bij de nachtelijke positierapporten verbaasd te horen hoe ver de Tall Ships naar de Atlantische Oceaan afgevaren waren. Echter toen we in de Tejo monding voor Lissabon aankwamen lagen die grote schepen allemaal al voor Cascais voor anker. Ze hadden ongetwiijfeld de betere weersinformatie en tactici aan boord. Tijdens lange stukken die we op de deining van de Golf van Biskaje voeren zwommen naast ons, bijna op dekhoogte, scholen met dolfijnen. We hadden altijd veel wind, soms geschikt en soms ongeschikt. Een Spaanse krant schreef: Ze voeren als trotse zwanen en kwamen als geplukte kippen aan. Het was een geweldige ervaring.

De terugreis hadden we als volgt in gedachten: eerst een eskaderreis naar Vigo (Spanje) en dan een regatta naar Dublin in Ierland. Zover is het echter nooit gekomen. De skipper voor de terugreis was Hans-Wilhelm, die met zijn vrouw Roswitha met de auto naar Lissabon was gekomen. Roman, Roswitha en ik gingen met Hans-Wilhelm’s auto naar huis.

Na zestig mijl richting Dublin brak in zwaar weer onze 38cm dikke hoofdmast op de zwanenhals. Hans-Wilhelm keerde terug naar Vigo en kocht daar in de haven een oude aluminium mast, bevestigde deze met een bodemplaat aan dek, maakte van het voorzeil een grootzeil, vulde vele jerrycans met diesel en voer met een bemanning van een zeilvereniging uit Bonn met lage snelheid naar huis. In IJmuiden vond er een bemanningswissel plaats en kwamen Peter, Roman en ik weer aan boord. In de monding van de Elbe pakte dichte mist zich om ons heen, zodat we de hulp van de verkeerscentrale in moesten schakelen die ons via de radio door de drukke waterweg naar de haveningang van Cuxhaven leidde, waar natuurlijk toen direct de mist weer optrok.

Hier dienen we met groot respect op te merken dat we het aan Hans-Wilhelm te danken hebben dat de Birgitte weer thuis is gekomen. Vervolgens moeten we dus niet vergeten om altijd genoeg gereedschap voor dergelijke noodsituaties aan boord te hebben. Dit is erg belangrijk, maar wordt soms vergeten. Onze mast werd door Hans-Wilhelm en de bemanning tijdens het zware weer (Hans-Willem in het kluivernet) los gezaagd en losgeknipt en drijft misschien nu nog wel met al het werktuig en onze ra nog steeds in de Golf van Biskaje. We kochten bij de scheepswerf Rammin (bij Barth am Barther Boddens, vlakbij Stralsund) een nieuwe hoofdmast en tegelijkertijd een nieuwe bezaan mast.
In 2003 bevoer de Birgitte onder Hans-Wilhelm met een vrienden het Göta Kanaal. Helaas kon ikzelf niet deelnemen, want het was mijn droom om deze historische waterweg – door 58,000 Zweedse soldaten van 1810 tot 1832 gegraven – door het Zweedse Götaland te varen. De waterweg overwint 91,5 m hoogteverschil door middel van 58 sluizen en voert met een totale lengte van 390km van Göteborg aan het Kattegat door het Trollhättan Kanaal, Trollhättan alv en de Vänern en Vätern-meren naar Mem aan de Oostzee. Via Visby op Gotland en Kalmar werd de reis voortgezet naar Karlskrona, waar de Hjorten Race naar Rostock zou beginnen.

2004 Uit Karskrona hebben we een grappig verhaal overgehouden: een verslaggever, Olof Akerlund, van de Zweedse krant Blekinge Läns Tidning kwam bij ons aan boord en vroeg of we niet een mooi verhaal over ons schip konden vertellen. Ik vertelde over de naam ‘Birgitte’; dat we een plaatje van een klein meisje tijdens de overname van het schip in een lade hadden gevonden en dat we ervan uit waren gegaan – er stond Birgitte op – dat dit de naamgeefster was. Ik toonde hem de foto, hij nam een foto en de volgende dag stond er een paginagroot artikel in de krant met de titel “Han Soker efter Birgitte ‘(ze zoeken naar Birgitte). Het krantenartikel en de vertaling uit het Zweeds liggen bij ons ter tafel. In feite stonden we op het punt om iets over de naamgever te ervaren door een reis naar Esbjerg. Hier zal ik later op terug komen.

De Hjorten Race is vernoemd naar een oud-zeeman die op de route Karlskrona – Rostock, als de Oostzee ijsvrij was, zeilde. De replica van de Hjorten vaart nu weer elk jaar en geeft de Regatta zijn naam. De vierdaagse Hjorten Race was een teleurstelling. De ronding van de Arcona ton konden we niet correct rapporteren. Achter het Kadet Kanaal en een paar mijl achter Darsser Ort viel de wind compleet in slaap. We draaiden ‘s nachts twee keer om onze eigen as en zagen de vaarlichten van de andere regatta deelnemers van alle kanten. We bedachten dat we zelfs onder de meest gunstige omstandigheden geen kans hadden om de finish bij Warnemünde binnen de gestelde tijdlimiet te bereiken en gaven door het rapporten van de tijd en onze locatie de race op.

De reis van Rostock naar Cuxhaven voorzag ons van vers stromen wind en zonnige zeildagen via de Grote Belt, Svendborg-Sund en Zuid Dän naar Sonderborg. Tot aan Maas Holm hielp de dieselwind en daarna konden we Kiel goed aanvaren. De tocht door het Noord-Oostzeekanaal verliep zonder noemenswaardige gebeurtenissen.

In Cuxhaven werden we opgewacht door de vloot van Sail Training International (STI). Tijdens de Tall Ships’ Race van Stavanger naar Cuxhaven namen zestig schepen deel, waaronder de Statsraad Lehmkuhl, de Eendracht, de Alexander von Humboldt en de groothertogin Elizabeth. De STAG vierde haar 20e verjaardag. De zeilparade was zoals altijd een geweldige ervaring en we zeilden met andere STI schepen naar Helgoland. In Helgoland stak de wind op en schipper Hans-Wilhelm besloot de opgekomen storm van 9 Bft.  af te wachten. Alle schepen in de haven hadden landlijnen nodig en ons pakket leek al snel op een spinnenweb. Met één dag vertraging zeilden we met sterke maar geschikte wind ons doel Esbjerg tegemoet. Soms vlogen we met negen knopen!

Over het eerste leven van de “Birgitte Bruun’1957-1980 als zeilende Deense vissersboot

Zoals alle zeilers, zijn wij ook een beetje bijgelovig en behielden traditiegetrouw de naam ‘Birgitte’ voor ons schip. Als voormalig vissersboot heette het schip echter de ‘Birgitte Bruun’ en was het in bezit van een Deense visser uit Esbjerg. We ontdekten in Brockhaus dat ‘Birgitte’ een Zweedse heilige is die van 1303-1373 leefde, maar wie was dan ‘Birgitte Bruun’? En wie bouwde het schip?

We wendden ons in het internet-tijdperk tot het virtuele zoeken en het schrijven van e-mails naar verschillende punten. Uiteindelijk waren we succesvol door de inspanningen van  de Esbjerg Port Service, de Deense Scheepsvissersvereniging en de haven-kapitein van Vildsund, Finn Linnemann. Zij hebben ons allemaal geholpen om de voormalige eigenaars, de vissers Aage Bruun Nielsen, zijn dochter Birgitte Bruun en de Vildsundse Verzending-en-Bedevaart vereniging met haar eigenaar Hans-Jörgen Meiblom Andersen, te identificeren. Onze oprechte dank aan u allen!
In Esbjerg werden we ‘s nachts in de stromende regen hartelijk en vreugdevol begroet door de vorige eigenaar van de Birgitte, Aage Bruun Nielsen en zijn vrouw. We regelden direct een ontmoeting aan boord van de boot de volgende morgen. Wat er daarna gebeurde was als een familiereünie. De zon scheen en we leerden Birgitte en Elizabeth, hun zoon John, die als kleine jongen op enkele vissersfoto’s te zien was, de zwagerszoon Frank, vijf van de zes kleinkinderen, Alice Christensen, enkele mensen die ons geholpen hadden in onze zoektocht en de lokale pers kennen. Het was bijna 50 jaar geleden dat de ‘Birgitte Bruun’ de werf verlaten had en 24 jaar geleden dat de visserij Aage Bruun Nielsen ophield te bestaan en het schip in 1980 verkocht werd, omdat er destijds een slooppremie voor gebruikte schepen werd betaald. Op dat moment hielden er veel onrendabele kleine vissersboten op te bestaan. Op dat moment waren er nog 326 vissersboten in Esbjerg, die in grote getalen zelfs aan Afrika verkocht werden en daar op eigen kiel heen voeren. Vandaag de dag zijn er in Esbjerg, de grootste vissershaven van het land, enkel nog een paar grote trawlers over.

Het kleine meisje op onze foto was een mooie vrouw geworden. Ze lijkt tegenwoordig nog heel erg op het meisje op de kinderfoto, zodat wij haar direct herkenden. Aage Bruun Nielsen is, ten tijde van het schrijven van dit verhaal (2004), 75 jaar oud, springlevend, vrolijk en, net als zijn vrouw, zeer geïnteresseerd in zijn oude schip. We haalden oude herinneringen op en bij alle herinneringen die voor ons nieuw waren, stonden we stil en vroegen we om meer uitleg. Kunt u zich de vreugde en verbazing voorstellen die Birgitte en haar familie overviel toen ze de kinderfoto in de Zweedse krant zag?

We moesten de volgende ochtend alweer afscheid nemen. Het weer verslechterde en de weersvoorspelling liet zien dat de wind zou draaien en vanuit het noordwesten zou gaan waaien, iets dat we op dat moment absoluut niet konden gebruiken. De hele boot werd gezekerd, looplijnen en netten werden ter versteviging aan de beide boordkanten gespannen en de gehele bemanning werd aangekleed met regenjassen, lifebelts en zwemvesten. Het doel van de reis die dag was Thyborøn, dat op 90 mijl afstand lag aan de uitgang van de Limfjord. Voor de zekerheid werd als vluchthaven Hvide Sande, op 50 mijl afstand, als potentiële tussenstop ingepland. We bereikten Thyborøn na 26 uur varen met 6 Bft NW wind. Op de daaropvolgende dag voeren we in de stralende zon en met weinig wind door de prachtige Limfjord naar Vildsund, waar de Vildsundse Verzending-en-Bedevaart vereniging en haar eigenaar Hans Jörgen Andersen met zijn familie op ons wachtten.

Vildsund is een kleine plaats. Een ligplaats aan de pier van de werf was gratis voor ons en de ontvangst was weer zo vriendelijk en warm, alsof de Birgitte een naar huis teruggekeerd kind was. In feite was de ‘Birgitte Bruun’ het eerste schip in de 40-tons klasse, die op deze werf werd gebouwd. Voor de bouw moest de hangar zowel verhoogd als met 5 meter verlengd worden. Je kunt je voorstellen wat de bouw van de boot in dit kleine stadje voor sensatie opleverde. Zo was de deelname van de hele familie Andersen en geïnteresseerde inwoners van Vilsund, vooral omdat de lokale krant ‘Thisted Dagblad ‘op zoek naar mensen die iets zouden kunnen bijdragen aan het verhaal van Birgitte Bruun. Er werd verteld dat de doop van het schip niet met een fles Champagne werd gedaan, maar met een bos bloemen.

De spreuk van mevrouw Bruun tijdens het dopen in 1957 was:

Med Önsket OM Gud op vil med dig Väre,
Op je maa blive Bugmester til din Aere.
Blive og til din Ejer Glaede boven Gavn,
“Birgitte Bruun’scal Väre je Navn.

God zij met u, en met onze wens
geef uw eigenaar eer!
De ‘Birgitte Bruun’ uw naam,
geef de eigenaar vreugde en voordelen meer.

Volgens Hans Jörgen’s inzicht is de ‘Birgitte’ het eerste schip van zijn grootte, dat na zo’n lange tijd en een emigratie weer naar haar werf terugkeert. Het schip werd grondig bekeken en becommentarieerd en de lange levensduur van enkele bekende onderdelen werd bewonderd. We mochten ook verwelkomen: Hans Jörgen’s vrouw, zijn 90-jarige moeder, zijn zuster Else Meiblom, broer en oom Hans Christian met zijn vrouw, hun zoon en kleinzoon, een kunstenaar die een keer met zijn vrouw de Birgitte geschilderd had en Hans Jörgen’s vriend, Finn Linnemann, de havenmeester van de idyllische jachthaven. Finn had ons enorm geholpen met het maken van de afspraken met de mensen in Vilsund. We zijn hem enorm dankbaar.

Hans Christian Andersen, 82 jaar oud, die samen was met Evald Andersen (overleden 1994), was een van de meest deskundige van de laatste generatie van botenbouwers in de werf. Na enige aarzeling vanwege zijn afgenomen vermogen om te lopen, kwam hij toch aan boord, en is hij zelfs benedendeks geweest. Voor hem was het bezoek aan de ‘Birgitte’ een bijzonder emotionele ervaring en hij gaf ons een bouwtekening van de buik van het schip, die hij zelf in november 1956 met inkt had gemaakt. Aangezien het oorspronkelijke ontwerp in Engelse voeten getekend was, had hij een vergelijkingsschaal gemaakt, zodat de vertaling van voet naar meter gemaakt kon worden en de verhoudingen van de bouw begrepen konden worden. De hele ‘Birgitte Bruun’ werd op basis van deze tekening gebouwd. Er waren maar een paar metingen, geen bouwdetails of andere aanwijzingen, geen berekeningen, etc. Alles werd op ervaring gebouwd, die sinds ten minste vier generaties van vader op zoon doorgegeven werd. De ‘Birgitte Bruun’ was het eerste schip in de 40-tons klasse, maar er zouden er meer volgen, met daarbij zelfs de 50-ton klasse schepen, die echter in de open lucht werden gebouwd, zoals blijkt uit de luchtfoto van de werf uit die tijd. Zelfs vandaag nog werkt men op de werf op kleine schaal met hout. Aangezien houten boten steeds zeldzamer worden, worden er op de werf ook nog andere constructies gebouwd.
Er is ook nog een smederij in het dorp die de het hang- en sluitwerk voor de ‘Birgitte Bruun’ gemaakt heeft. De zoon van Hans Christian werkt bij deze smederij en we hebben het genoegen gehad om hem, samen met zijn vrouw en kind, te verwelkomen aan boord van de boot. We moeten zeggen dat de hele familie Andersen de tijd heeft genomen om zich te wijden aan de ‘Birgitte’. Veel dank daarvoor! Het afscheid was moeilijk, want het voelde als een scheiding van een familie, zo warm was het ontvangst.

Onze tocht ging verder naar Aalborg, Anholt, Samsö, Middelfahrt, Faaborg en Kiel. Aansluitend voer de Birgitte naar onze werf Rødbyhavn Badevaerft Hugo Hansen in Rödby. De romp werd schoongemaakt, er werd op sommige plekken opnieuw gebreeuwd, er werd nieuwe rompverf aangebracht en de dekverlichting werd vernieuwd. Hugo verklaarde de romp uiteindelijk in een goede conditie. We kunnen zeggen dat onze – nu vijftig jaar oude – Birgitte de bouwer eer en de familie Bruun Nielsen een bron van inkomsten gegeven heeft. De uitstekende conditie van de Birgitte werd gewaarmerkt en we waren zeker dat de Birgitte nog zou varen als – zoals eerder gezegd – de ‘Koronarsportgruppe Birgitte’of iets liefdevoller de ‘gekke oude heren van de Birgitte’ het stokje allang over hadden gegeven.  Op 17 september 2004 keerde de Birgitte na bijna twee maanden reizen terug naar Lübeck.

In Esbjerg bracht de krant van 25 Augustus 2004 een geïllustreerde artikel getiteld “Gensyn med Birgitte’(hereniging met Birgitte) naar buiten en in Vilsund verscheen een foto van Hans Jorgen Andersen met een afbeelding van de Birgitte Bruun als viskotter met als titel “Hvem hij Birgitte Bruun’(terugkeer van de Birgitte Bruun). Van beiden ontvingen we foto’s, waaruit blijkt dat de Birgitte tot dan toe het grootste schip dat gebouwd was in deze scheepswerf.
Dat was echter nog niet alles. In december 2004 werd ik door een lokale verslaggever – Olof Akerlund – uit Karlskrona in Zweden gebeld. Hij vroeg mij of we nu uiteindelijk onze Birgitte gevonden hadden. Ik deelde ons succes met hem en stuurde hem foto’s van onze bijeenkomst in Esbjerg. Op 31-12-2004 verscheen er toen een jaaroverzicht genaamd “Till slet hittade han sin Birgitte”, ofwel “Eindelijk heeft hij Birgitte gevonden’(Blekinge Läns tidning Nyarskrönika, 2004).

2005 De noordelijke steden aan de Oostzee Rostock (D), Gdansk (PL), Vilnius (LIT), Karlskrona (S) en meer in de daarop volgende tijd sloten zich aaneen om het tourisme in de regio te bevorderen. De Hanse-Sail met vele schepen was het hoogtepunt van deze samenwerking en was altijd een groot succes. Zo bezochten we eerst Vilnius in Litouwen bij de monding van het Koerse haf. Het landschap is er prachtig met veel stranden, dennenbossen en de grootste (wandel)duin van Europa. Nidda is een prachtig gelegen klein vissersdorp aan het haf, zo mooi dat zelfs Thomas Mann het tot zijn vakantiebestemming koos en er een huis bouwde. De muggen, in elk formaat, waren een plaag en ’s ochtends ging nauwelijks de zon op. De Hanse-Sail was zoals altijd een groot feest met vele evenementen en iedereen die het wilde kreeg een scheeps-stempel. We maakten ook kennis met een ‘Chantychor’, die we aan boord verwelkomden en die daarna veel bezoekers en nieuwsgierige Litouwers aantrok. Op de terugreis naar Gdansk namen we een aantal jongeren mee die zo enthousiast waren dat we nog enige tijd met hen gecorrespondeerd hebben en zelfs een uitnodiging voor een bruiloft ontvingen.
We moeten nog een klein beetje geschiedenis toevoegen: Er is een zeilmaker uit Hamburg-Finkenwerder, die met een leeftijd van 80 jaar onze zeilen had gesneden. Zijn – in het wereldje alom bekende – naam was Paul Külper. Hij had in de kelder een naaimachine uit een voorraad van Blohm und Voss in Hamburg, waarmee hij onze zeilen naaide en met zijn knoestige handen alle lijken en kousen steek voor steek erin naaide. Paul Külper liet ons in zijn huis trots foto’s van de ‘zeeduivel van graaf Luckner’ zien. Het was een varend kaperschip uit de Eerste Wereldoorlog, die in de Aziatische gebieden kaapvaarten ondernam. Voor deze ‘zeeduivel van graaf Luckner’ had Paul Külper als jongeman de zeilen genaaid. Zijn verhalen, die hij, als je hem erom vroeg graag gaf, getuigde van een interessant leven als zeeman en visser. Voor zijn 90ste verjaardag was hij nog één keer in Lübeck. Op 14 december 2001 overleed hij op de leeftijd van 93 jaar. Op de televisie kon je hem nog één keer zien als gast op het Finkenwerder traditie-schip ‘Landrat Küster’ omdat hij ook voor deze boot de zeilen met zijn speciale schnitt gesneden had. We bezitten een vriendelijk eerbetoon aan het levensverhaal van de visser en zeilmaker Paul Külper:  ‘Paul Seilmokers laatste reis naar huis’ geschreven door Monika Kludas.

Hierbij eindig ik mijn verslag over de grote reizen van de Birgitte met vele mooie, maar ook spannende gebeurtenissen. We hadden zeker nog graag een aantal jaren langer gezeild, maar wij waren, net zoals Peter, ook al meer dan 70 jaar oud en onze krachten lieten al te wensen over.  De behoefte aan iets meer rust en de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onze zeilers groeide. Zo hebben we besloten om, in de rust van onze zeiltijd, ergens binnen de komende drie jaar onze vaartijd te beëindigen.  We denken allemaal met grote dank aan de geweldige tijd terug die ons actief en gezond heeft gehouden. We gaven de opdracht aan een Nederlandse makelaar en notaris om het schip te verkopen en in december 2008 was het tijd om afscheid te nemen en onze Birgitte een laatste ‘Farewell’ toe te roepen.

Birgitte’s leven als Galjas voor privé-reizen vanuit haar nieuwe thuishaven Hellevoetsluis van 2008 tot 2013 .

We verkochten de Birgitte aan een Nederlandse zeiler die zijn droom wilde realiseren. Hij had de Birgitte via meerdere bezoeken met familie en vrienden in Lübeck leren kennen en werd verliefd op de boot. Zij was zijn droomschip. Twee dagen voor kerstavond in 2008 belde hij Roman op en vroeg hem of hij de Birgitte naar Kiel kon overvaren, want zijn familie en zijn vrienden wilden kerstavond op het Noord-Oostzeekanaal op het water vieren. Roman heeft dit toen gedaan. Hij voer op de motor ’s nachts naar Kiel. De families kwamen met alle vereisten voor Kerstmis én met beddengoed aan boord. De Duitse vlag werd vervangen door het Nederlandse Rood-Wit-Blauw en we kregen allemaal een emmer vol met alcoholische dranken. Met veel zwaaien en een slokje van de drank ging de reis van start. Drie dagen later belde ik het schip op en hoorde dat het met goede wind ter hoogte van Texel voer en ze hoopten om na twee dagen thuis te zijn. Ook onze koper was een traditie-bewuste zeiler en hield de naam ‘Birgitte’ aan. We bedankten hem door middel van de overdracht van foto’s van de Birgitte uit hun visserij en vroegere vaartijd.

Op 3 januari 2013 – ongeveer 4 jaar later – ontving Hans-Wilhelm (als contact persoon voor de Birgitte) ’s nachts rond 03:30 uur een telefoontje van de ‘Bremen Rescue’ dat ze de EPIRB (noodsignaal) van de Birgitte hadden opgepakt. Hans-Wilhelm verklaarde dat het schip aan Hollanders is verkocht en het in Hellevoetsluis zou moeten liggen. De situatie werd onderzocht en het bleek dat onze Birgitte in de haven van Hellevoetsluis was gezonken. De EPIRB had omgezet moeten worden naar de Nederlandse eigenaar, maar dat was dus blijkbaar niet gebeurd. Vandaar dat we deze informatie ontvingen.

Op het internet zagen we daarna een korte film over de vlottrekking van de Birgitte. Dit verhaal ontroerde ons allen zeer en we betreuren dat onze koper met zijn droomschip zo’n tragisch verlies heeft geleden.

2013 Aanvang van Birgitte’s tijd als zeilend woonschip.

We waren allemaal erg benieuwd te weten te komen wat er met de Birgitte zou gebeuren en zochten op het internet naar een antwoord. Hoe ik er uiteindelijk ben gekomen weet ik ook niet meer zeker. Ik vond een ‘De bouw van ons droomschip’ vermelding op het internetadres birgitteblog.wordpress.com. Mijn vrouw Helga zei direct: “Dat meen je niet!”. Ik nam contact op en twee dagen later waren we onderweg naar Hellevoetsluis, omdat we wisten dat de Birgitte slechts tot 9 september in het droogdok Jan Blanken zou zijn. Dit is het oudste en in de tijd 1798 – 1822 het enige droogdok in Nederland. Als eerste ontmoetten we Melinda. Haar enthousiasme straalde uit haar ogen. Veel deed me denken aan onze eigen tijd: het enthousiasme waarmee we toen bezig waren aan onze droomboot kon ik ook hier zien. Het was pure nostalgie, herinneringen aan vroegere en niet wederkerende tijden.

Birgitte lag daar zonder masten en boegspriet, afgedekt met een zeil. Onder het zeil en het verwijderde interieur vonden we de gebruikelijke bouwchaos. Het hele interieur was verwijderd en onze prachtige eiken tafel, uit eikenhouten dwarsliggers van de spoorweg gemaakt, was een beetje smaller geworden. Sebastiaan liet ons de boot van binnen en buiten zien, terwijl zes energieke vrouwen en mannen zich niet lieten afleiden door onze aanwezigheid en verfden, slepen en klusten hard door (tot pijn in de nek aan toe).

De motor had een nieuwe koppeling en een nieuwe transmissie gekregen en er hing een plattegrond aan de wand die de Birgitte als toekomstige woonschip toonde. Een mooiere, typisch Nederlandse manier van het gebruik van het schip kon ik me niet voorstellen. Ik zag haar al in de kleine idyllische stadhaven van Middelharnis liggen, als schoonheid bewonderd door lokale bevolking en toeristen. Helga en ik waren zeer enthousiast. We wisten dat er veel werk te verzetten was en dus we hebben geregeld dat we ’s avonds in ons hotel ‘Cap Helius’ alle nog openstaande vragen op zouden helderen en zouden stellen. Met bijzonder veel genoegen vernamen wij dat Melinda en Sebastiaan ook trouw zouden blijven aan de traditie en de naam ‘Birgitte’ wilde behouden. Daarmee is de naam ‘Birgitte’ ook van een derde generatie verzekerd. We beloofden om samen al onze kennis te bundelen en, zo goed als mogelijk, dit aan hen over te brengen. Dat is dus ook de bedoeling van dit lang uitgevallen bericht. We willen graag dat deze levensloop wordt doorgegeven, ook aan eventuele toekomstige eigenaren of generaties. We beantwoordden graag vragen over operationele zaken en het zeilen in het algemeen en kregen te horen dat de Birgitte niet alleen is bedoeld om te dienen als woonschip, maar ook als zeewaardige Galjas. De bedoeling is dat er grote reizen gemaakt zullen worden. Alles moet zo worden ingericht worden dat de Birgitte ofwel door Melinda ofwel door Sebastiaan alleen kan worden gevaren. Wij behielden in onze tijd het traditionele tuigage, zodat er bij elke zeil- en havenmanouvres een aantal personen nodig waren. Op de lange reizen hadden we negen personen in drie shifts, die vertrouwd moesten worden met het schillen van aardappels tot het eigenlijke zeilen. Wij zijn zeer benieuwd wat de toekomst gaat brengen. De mogelijkheid tot het opzetten van een aantal extra kooien voor langere reizen is zeker aanwezig.

Met zekerheid kunnen we zeggen dat als de reis naar de Oostzee leidt, dat er in elke haven iemand zal zijn die zijn ogen uitwrijft en stomverbaasd zich zal afvragen dat dat toch de Birgitte uit Lübeck moet zijn. Zo bekend waren we. Ook bij de zeilvereniging ‘Museumshafen eV’ zijn jullie zeker van harte welkom. Ook zijn we benieuwd wat jullie van de Birgitte gaan maken.

Melinda houdt voorbeeldig van de hele reconstructie een boek bij en wij zullen via die weg zeker op de hoogte willen blijven. Ook zijn we allemaal erg geïnteresseerd in vriendschappelijk contact. Als we op een of andere manier hulp of informatie kunnen geven, zullen we jullie graag helpen. Hierbij zou ik graag willen afsluiten. We willen allemaal de Birgitte een lang leven, hun eigenaren en trouwe helpers veel gezondheid, succes en geluk met het werk toewensen.

 

Roman und Maria Warkocz

Hans-Wilhelm und Roswitha Berns

Peter Stein

Reiner und Helga Mertens

 

 

Advertenties

3 thoughts on “Geschiedenis

  1. Wat een mooie geschiedenis! En wat een uitdaging om er weer een mooi schip van te maken. Heel veel succes met jullie nieuwe liefde!!!

  2. Mit großer Freude von Birgittes Schicksal erfahren. Ich bin ehem. deutscher Besitzer und würde Sie gerne in Hellevoetsluis besuchen Bitte um E-Mailkontakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s